Brief over stemmen van gene zijde
Ik weet dat het u moeite kost mij te geloven, maar ik hoor nu eenmaal geen fluisterstemmetjes van overledenen. Ik kan het niet uitleggen, maar ik hoor de stemmen heel duidelijk. Het zijn geen gedachten, want die kun je beheersen en vaak ook uitleggen. Overledenen zoeken contact wanneer het hen uitkomt, niet altijd op de meest gelegen momenten.
Op de dag van het overlijden van mijn schoonvader zaten wij met een heleboel vragen en op een aantal heeft hij ons antwoord willen geven.
Hij zei toen:
"Ik was erg ziek en heb me overgegeven daaraan. Wat had het nog voor zin te vechten? Wat ik het liefste wilde (bij Marcels bruiloft zijn) kon toch niet meer fysiek. Dat kon ik nu al niet meer. En dan had ik met allerlei toestanden moeten gaan of me heel erg triest moeten voelen dat ik er niet bij kon zijn. Ik zag maar één manier om er toch bij te zijn: me overgeven. Ik had de kracht niet meer om te vechten. Zeg Marcel dat ik het ook voor hem zo heb laten gaan. Als ik me later had overgegeven dan had hij de bruiloft moeten uitstellen. Nu kan alles doorgaan en kan ik er ook bij zijn, ook al is het dan niet lichamelijk. Hij moet de bruiloft niet uitstellen. Nu kan ik nog vasthouden aan mijn leven met jullie, later word ik misschien weer teruggeroepen naar aarde."
Ik zei tegen mijn man dat ik nog graag een foto had willen geven aan mijn schoonmoeder, zodat mijn schoonvader toch de bruidsjurk nog kon laten zien. Maar hij zei toen:"Die heb ik gezien. Een hele mooie. Hij past goed bij je."
Tussendoor zocht hij redelijk vaak contact om te verzuchten: "Wat zitten ze toch allemaal te tobben voor mij."
Hij vond de uitvaartdiensten erg mooi. Toen de pastoor vertelde over de reis naar het paradijs zei hij lachend: "Daar ben ik al. En het is hier prachtig. Er bestaat hier geen kwaad hè, dat maakt het zo mooi". Ik had moeite om niet te glimlachen.
Toen zijn dochter vertelde dat ze hem had gezien in de zaal, zei hij:"Ja, daar ben ik geweest. Het was leuk om haar in de groep te zien dansen."
Aan het begin van de uitvaartmis zei hij:"Waarom tobben ze zo over dat omhulsel van mij? k ben hier in het paradijs en het is hier prachtig. Dat lichaam heb ik niet meer nodig."
En vandaag zei hij: "Toch erg hè, dat mijn vrouw mij moet missen. Dat ze niet kan geloven dat ik het hier zo goed heb. En dat ze niet wil geloven dat ik nog vaker terug zal komen. Ik hoop dat ze mij nog eens zal zien in haar dromen of zo maar. Ik ben bij haar geweest, maar ze heeft moeite dat te geloven. Als jij nu eens gewoon zegt dat je me kunt horen. Ik heb met iedereen contact proberen te maken, maar jij bent de enige die mij hoort. Jij bent de enige die het over kan brengen. Zég het toch gewoon. Zég het toch. Misschien helpt het."
Nu, ik weet niet of ik er goed aan doe, maar dit heb ik gehoord. Ik ben er niet meer bang van. Ik ben er langzamerhand van overtuigd geraakt dat de dood een overgangsfase is, waarin langzaam wordt losgelaten van het voorgaande leven en wordt toegewerkt naar een nieuwe levensfase, hetzij opnieuw op aarde, hetzij als spirit. Spirits hebben alle levens/ opdrachten in het aardse leven afgerond en zijn er om ons te beschermen en te behoeden. Als iemand nog niet alle opdrachten in het leven heeft afgerond, dan wordt hij teruggeroepen naar de aarde om de volgende levensopdracht te vervullen. Wij zien spirits niet, maar ze zijn er wel. We kunnen ze voelen en sommigen van ons kunnen ermee praten en overleggen.
In de overgangsfase blijven de dierbare gestorvenen een tijdje bij ons om ons te beschermen en te proberen troost te bieden. Daarna gaan ze zich voorbereiden op hun volgende levensfase.
© Kristalbloesem, 2007